Families van der Poel en Rhebergen
Maria Catharina van der Poel
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Maria Catharina van der Poel, ged. ned.ger. te Haarlem op 2 feb 1725.


Henricus Rudi van der Poel
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Henricus Rudi van der Poel, geb. te Dordrecht op 23 jul 1992.


Maartje Cornelis Honig
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Maartje Cornelis Honig, ged. doopsgezind te Zaandijk op 13 nov 1713, Buitenmoeder Doopsgezind Weeshuis, begr. te Zaandijk op 3 nov 1779.

Maartje Cornelis Honig.
Maartje was eerder gehuwd geweest met Jacob Arentsz. Breet (1711-1748), eigenaar van een olieslagerij. Van haar vader erft ze in 1755 een grote som geld (ruim f 44.000,-).

kerk.huw. (resp. ongeveer 39 en ongeveer 30 jaar oud) te Zaandijk op 20 mei 1753
met

Izak van der Poel, zn. van Adrianus van der Poel en Amelia Schel, ged. te Bloemendaal op 18 apr 1723, ovl. (ongeveer 42 jaar oud) in 1766, begr. te Zaandijk op 8 nov 1766, tr. (1) met Adriana Nieuwenhuijs, dr. van Hendrik Nieuwenhuijs en Anna van Coevenhoven. Uit dit huwelijk een dochter.

Izak van der Poel.
Izak deed belijdenis op 10 april 1746. Hij is uitgeschreven als "abut naar de Koog". Hij hertrouwt in 1753 de bemiddelde Maartje Honing.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaan*1754 Zaandijk Ü1777 Zaandijk 23


Adriaan van der Poel
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Adriaan van der Poel, geb. te Zaandijk op 21 feb 1754, doopsgezind, ovl. (23 jaar oud) te Zaandijk op 25 dec 1777.

kerk.huw. (resp. 21 en ongeveer 23 jaar oud) op 18 jun 1775
met

Neeltje Pieters Najer, dr. van Pieter Cornelisz. Najer en Maria Nieuwenhuis, ged. te Wormerveer op 9 apr 1752, ovl. (ongeveer 44 jaar oud) te Oostzaandam op 19 jun 1796.

Neeltje Pieters Najer.
Neeltje Najer, weduwe van Zaandijk, hertrouwt nŠ 4 december 1778 (datum impost) in Wormerveer met Adriaan Ouwejan, jongeman van Oost-Zaandam. Neeltje betaalt 15 gulden om te mogen trouwen; Adriaan trouwt pro deo.


Neeltje Pieters Najer
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Neeltje Pieters Najer, ged. te Wormerveer op 9 apr 1752, ovl. (ongeveer 44 jaar oud) te Oostzaandam op 19 jun 1796.

Neeltje Pieters Najer.
Neeltje Najer, weduwe van Zaandijk, hertrouwt nŠ 4 december 1778 (datum impost) in Wormerveer met Adriaan Ouwejan, jongeman van Oost-Zaandam. Neeltje betaalt 15 gulden om te mogen trouwen; Adriaan trouwt pro deo.

kerk.huw. (resp. ongeveer 23 en 21 jaar oud) op 18 jun 1775
met

Adriaan van der Poel, zn. van Izak van der Poel en Maartje Cornelis Honig, geb. te Zaandijk op 21 feb 1754, doopsgezind, ovl. (23 jaar oud) te Zaandijk op 25 dec 1777.


Jacob Jansz. de Roo
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Jacob Jansz. de Roo, ged. te Krommenie op 28 aug 1735, ovl. (ongeveer 55 jaar oud) te Krommenie op 21 apr 1791.

Jacob Jansz. de Roo.
Jacob hertrouwt in 1772 met Lijsbet Gerrits Westerveld.

relatie
met

Trijntje Teunis Schaap, ged. te Beverwijk op 19 jun 1735, ovl. (ongeveer 37 jaar oud) te Krommenie op 29 sep 1772.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1759 Krommenie Ü1846 Krommenie 87


Trijntje Teunis Schaap
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Trijntje Teunis Schaap, ged. te Beverwijk op 19 jun 1735, ovl. (ongeveer 37 jaar oud) te Krommenie op 29 sep 1772.

relatie
met

Jacob Jansz. de Roo, ged. te Krommenie op 28 aug 1735, ovl. (ongeveer 55 jaar oud) te Krommenie op 21 apr 1791.

Jacob Jansz. de Roo.
Jacob hertrouwt in 1772 met Lijsbet Gerrits Westerveld.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1759 Krommenie Ü1846 Krommenie 87


Gamaliel de Boys
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Gamaliel de Boys.

relatie
met

Marten Claesdr..

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jannetgen  1655 Leiden  


Marten Claesdr.
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Marten Claesdr..

relatie
met

Gamaliel de Boys.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jannetgen  1655 Leiden  


Arien van Noort
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Arien van Noort.

relatie
met

Geertgen Pieters.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elysabeth  1669 Leiden  


Geertgen Pieters
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Geertgen Pieters.

relatie
met

Arien van Noort.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elysabeth  1669 Leiden  


Aelbert Roswinckel
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Aelbert Roswinckel.

relatie
met

Sara Abrahams.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Trijntgen     


Sara Abrahams
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Sara Abrahams.

relatie
met

Aelbert Roswinckel.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Trijntgen     


Johan Frederik Kalbfleisch
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Johan Frederik Kalbfleisch.

relatie
met

Johanna Francina van Delft.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1785 Dordrecht Ü1861 Rotterdam 7610 


Johanna Francina van Delft
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Johanna Francina van Delft.

relatie
met

Johan Frederik Kalbfleisch.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1785 Dordrecht Ü1861 Rotterdam 7610 


Hendrik Oostwald Eksteen
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Hendrik Oostwald Eksteen, ged. op 23 aug 1722.

kerk.huw. (ongeveer 21 jaar oud) te Zuid-Afrika op 9 aug 1744
met

Martha Berthauld de St. Jean.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna~1757 Kaapstad, Zuid-Afrika    


Martha Berthauld de St. Jean
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Martha Berthauld de St. Jean.

kerk.huw. (Hendrik ongeveer 21 jaar oud) te Zuid-Afrika op 9 aug 1744
met

Hendrik Oostwald Eksteen, ged. op 23 aug 1722.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna~1757 Kaapstad, Zuid-Afrika    


Catharina Elisabeth Esser
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Catharina Elisabeth Esser, geb. te Pasoeroean, Ned.-IndiŽ op 25 mrt 1819, ovl. (81 jaar oud) te Tegal, Ned.-IndiŽ op 25 sep 1900.

tr. (resp. 38 en 49 jaar oud) te Besoeki, Ned.-IndiŽ op 22 jul 1857
met

Hendricus Albertus van der Poel, zn. van Marthinus Hendricus van der Poel en Charlotta de Groot, geb. te Amsterdam op 24 aug 1807, ged. te Amsterdam op 30 aug 1807, Resident, ovl. (59 jaar oud) te Batavia, Ned.-IndiŽ op 6 nov 1866, tr. (1) met Helena Debora Esser. Uit dit huwelijk 10 kinderen.

Hendricus Albertus van der Poel.
Hendricus A. had een mooie ambtelijke carriŤre in Ned.-IndiŽ. Bron: Min.v.Kol. 1815/49 nr. 3084, fol. 291 en 655). III. 301, 304. In 1828 wordt hij surnumťrair ambtenaar van de landelijke inkomsten in de residentie Tegal, waarna hij op wachtgeld komt. In 1829 wordt hij collecteur der 2e klasse bij de tolpoorten in de Vorstenlanden, vervangend collecteur van de indirecte belastingen. Vervolgens wordt hij in 1830 commies bij de resident van Banjoemas, in 1831 controleur van de landelijke inkomsten van de 3e klasse, t.b.v. de resident van Semarang, in 1833 idem der 2e klasse en 1837 idem der 1e klasse. In 1841 wordt Hendricus assistent -resident van Demak en Grobogan, residentie Semarang, en in 1843 idem van Nagawie. In 1847 wordt hij inspecteur der kultures. In 1851 wordt een brief van Hendricus aangehaald in een debat in de Tweede Kamer in Nederland: "Aan den G.G. van N.I. om inlichtingen gevraagd omtrent zekere correspondentie, die tusschen den inspecteur der cultures H.A. van der Poel en den heer Netscher, in de residentie Tagal, heeft plaats gehad, over de aldaar in 't begin van 1851 geheerscht hebbende ellende, en welke correspondentie door den heer van HŲevell in de Tweede Kamer der Staten-Generaal is voorgelezen." (Verb. 22.1.51, nr. 21; antw. G.G.: Exh. 22.5.51, nr. 39). In 1852 wordt hij resident van Bezoekie en in 1856 vertrekt Hendricus naar Nederland met tweejarig verlof wegens ziekte. Hij wordt dan benoemd tot Ridder in de Nederlandsche Leeuw (RNL). Al binnen een jaar "Keert (hij) met de overland-mail van februarij 1857 reeds naar IndiŽ terug". Hij treedt weer aan als resident van Bezoekie en wordt in1861 resident van Passoeroean. In 1866 overlijdt Hendricus te Batavia.
In het Tijdschrift voor Nederlandsch IndiŽ (Zaltbommel, Joh. Noman en Zoon, derde serie, 1ste jaargang, eerste deel, 1867, blz. 82 t/m 87) stond naar aanleiding van het overlijden van H.A. van der Poel een artikel onder de kop: Een Sieraad der Vrijzinnige Richting. De inhoud van het artikel wordt hieronder integraal weergegeven.
"De met de laatste mail aangekomen Indische dagbladen vermelden met leedwezen het afsterven van den Resident van Pasoeroean, H. A. van der Poel. "De vrijzinnige richting," zegt zeer terecht het Nieuw Bataviaasch Handelsblad, "verliest in hem een harer sieraden; zijne kunde, eerlijkheid en onafhankelijkheid werden zelfs door zijne staatkundige vijanden erkend.".
En zoo is het inderdaad. Van der Poel was in een anderen werkkring naast van HoŽvell een van de baanbrekers der vrijzinnige koloniale politiek; hij was een van de eersten die, toen er nog meer dan gewone moed toe behoorde, de gordijn oplichtte die voor het zwarte boek van het cultuurstelsel hing en op het vicieuse van ons geheele stelsel van Regeering in NeŤrlandsch IndiŽ wees.
Ofschoon ons de stof ontbreekt voor eene volledige biographie, achten wij het niet onbelangrijk eenige bijzonderheden mede te deelen, die dezen verdienstelijken ambtenaar nader zullen doen kennen. Zoo iemand had van der Poel zich zelven gevormd. Op zeer jeugdigen leeftijd in IndiŽ gekomen, verloor hij zijne ouders, en moest hij zich met zeer weinig en slecht onderwijs tevreden stellen. Het is eene karakteristieke bijdrage tot de kennis van wat in die dagen voor het onderwijs werd gedaan, dat de Gouverneur-Generaal van der Capellen hem eene toelage van É 10 per maand verleende tot het aanleeren van de inlandsche talen.
Kort daarna trad van der Poel in zeer ondergeschikte betrekking in dienst, maar toen in 1824 de Javasche oorlog was uitgebroken, voldeed hij aan de roepstem van den Gouv.-Generaal tot vrijwillige dienstneming, en maakte als gewoon huzaar den geheelen oorlog mede. - Uit eene ziekte, als gevolg van de vermoeienissen daarbij doorgestaan, hield hij eene hardhoorendheid, die hem zijn geheele leven bijbleef en niet zonder invloed op zijne loopbaan was. In 1830 trad hij in den burgerlijken dienst terug, en wel bij de landelijke inkomsten en cultures, en was dus in de gelegenheid om het cultuurstelsel in zijne wording van nabij gaande te slaan.
De opmerkingen en voorstellen die zijn rustelooze geest hem ingaf, vielen niet altijd in den smaak van zijne superieuren. Zoo ontstond er menig verschil. dat spoedig tot persoonlijke veete oversloeg, tusschen van der Poel en den toenmaligen resident van Samarang, - en trachtte deze de verwijdering van v. d. Poel uit de residentie Samarang te bewerken. Op het gedrag of de bekwaamheden van den jongen ambtenaar viel geen gegronde aanmerking te maken, en daarom motiveerde de Resident de wenschelijkheid van de verplaatsing naar een bureau op het physieke gebrek van van der Poel, bewerende dat hij kanon-doof was.
Van der Poel werd als 2e kommies bij de Directie der middelen en domeinen overgeplaatst, doch het uitsluitend bureau-werk en de aard der werkzaamheden bevielen hem geenszins.
De Directeur der cultures woonde in dien tijd te Buitenzorg. Van der Poels besluit is fluks genomen. Hij vraagt verlof en reist naar Buitenzorg, wacht het oogenblik af waarop hij 's namiddags den Directeur der cultures in zijne voorgalerij ziet zitten en treedt binnen. Hem wordt een stoel aangeboden , en naar zijn naam gevraagd. Dien zou hij straks zeggen - en inmiddels ving hij met den Directeur een gesprek aan, dat een half uur duurde. Met ongeloofelijke inspanning - want het was niet te loochenen dat hij zeer hardhoorend was - volgde van der Poel het gesprek, zorgde het meest zelf te spreken, maar antwoordde met juistheid, zonder eenig verkeerd a propos.
Aan het einde van het bezoek richtte hij het woord tot den Directeur: "Gij hebt nu een onderhoud van een half uur gehad met den kanondooven van der Poel, en kunt nu zelf oordeelen of hij om die reden ongeschikt is om bij de landelijke inkomsten en cultures te dienen." Weinige dagen daarna werd van der Poel in rang en ancienniteit bij de landelijke inkomsten en cultures hersteld en geplaatst in de residentie Pasoeroean; deze episode kenschetst den man.
Na langen tijd als controleur te hebben gediend, werd van der Poel achtereenvolgens Assistent-resident van Demak en Grobogan en van Ngawi. Gedurende zijn aanwezen in het eerste gewest waarschuwde hij, als het ware met een voorspellenden geest, tegen de overdrijving der heerediensten en de misbruiken van het landelijk stelsel. In het laatste wees hij op de verkeerde toepassing van het cultuurstelsel, meer bijzonder bij de suikercultuur in de residentie Madioen.
In 1847 werd van der Poel tot Inspecteur van cultures in de 2de afdeeling (Midden-Java, hoofdplaats Samarang) benoemd; in dezen werkkring vooral toonde hij zijne uitstekende gaven en zijne uitnemende kennis van hetgeen men de "inlandsche huishouding" noemt. Zijn geheele aanleg was nog meer berekend voor onderzoek en kritiek, dan voor uitvoering. Daarvan getuigen vooral de twee laatste bijlagen van het bekende werk van van Deventer, ook medegedeeld in het nummer voor December 1866 van dit Tijdschrift.
Het moet alleen aan de stoute wendingen in de koloniale politiek in het jaar 1866 worden toegeschreven, dat de openbaarmaking dezer bijzonder merkwaardige stukken niet meer de aandacht van het in Indische zaken belangstellend publiek getrokken heeft. Maar zij zijn niet verloren. Zoo lang het groote koloniale vraagstuk onbeslist blijft, mag de lezing dier stukken aan ieder, die aan de hand der historie van het jongst verleden zich een voorstelling van het heden en de naaste toekomst van IndiŽ wil vormen, bijzonder worden aanbevolen.
Onder het eerste stuk staat de dagteekening van 15 November 1849, - merkwaardig tijdstip in de geschiedenis van ons stelsel van bestuur op Midden-Java, daar zich in November 1849 de eerste kenteekenen vertoonden van de rampen die Midden-Java, en vooral de daardoor bijzonder bekend gewordene afdeelingen Demak en Grobogan, moesten teisteren.
Van der Poel was Inspecteur in de 2de afdeeling, in Midden-Java. Op hem rustte dus in de eerste plaats de plicht, om de Regeering opmerkzaam te maken op het misnoegen - het volksverloop - den naderenden hongersnood - en hij schoot in die plichtsbetrachting geen dag, geen uur te kort. In November en December 1849 toch, schilderde van der Poel in gloeiende, aan hartstochtelijkheid grenzende kleuren, in zijne rapporten aan den Directeur der cultures en aan den Gouverneur-Generaal, den bestaanden toestand en het naderend gevaar.
Hij werd niet gehoord. - Dat was te veel voor zijn vurig gemoed, en telkens door inkomende berichten en door inspectiereizen meer overtuigd van de ontzettende ramp die Demak en Grobogan trof, liet van der Poel niet na, misschien met voorbijzien van de omzichtigheid die hij aan zijn ambtelijk standpunt verschuldigd was, zich over den bestaanden toestand en het onbegrijpelijke laissez faire der Regeering in het publiek uit te laten.
Toen ook dit niet hielp, ging de onvermoeide en onverschrokken Inspecteur , op het laatst van Januari - zonder verlof - naar Batavia, om zijne schriftelijke rapporten over den bestaanden hachelijken toestand en de noodzakelijkheid van voorziening mondeling bij de Regeering toe te lichten. - Duizenden Javanen waren inmiddels als slachtoffers van ons wanbestuur den hongerdood gestorven.
Zijne komst te Batavia werd hem door den Directeur der cultures zeer euvel geduid; doch zelfs de bedreiging met ontslag of wachtgeld deed van der Poel niet wankelen in de vervulling zijner roeping, om, wat er ook gebeuren mocht, de Regeering de oogen te openen.
Bijna drie weken reeds had van der Poel te vergeefs op een gehoor bij den Opperlandvoogd aangedrongen, toen een thť dansant ten hove gegeven werd; en de Inspecteur van cultures, eene uitnoodiging daartoe ontvangen hebbende, zoo als aan zijn ambtelijken rang toekwam, liet deze gelegenheid om den landvoogd te naderen niet ongebruikt voorbijgaan.
In de ruime zalen van het paleis te Weltevreden trachtte van der Poel zich telkens op den weg van den Opperlandvoogd te vinden, - langen tijd te vergeefs, totdat eindelijk de Gouverneur-Generaal, hem naderende, op de hem eigene joviale en luchthartige wijze zeide: "Zoo Mijnheer van der Poel, ik wacht u morgen te 10 ure aan het paleis om over poten en planten te praten.".
Dit werd wegens de hardhoorendheid van van der Poel vrij luid gezegd en door vele omstanders verstaan, even als het den tijd en den man kenmerkende antwoord van van der Poel: "Excellentie, er is op dit oogenblik geen sprake van poten of planten; maar of er nog menschen in het leven zullen blijven, die poten en planten kunnen.".
De mondelinge vertoogen van van der Poel - zijn verzoek om een lid van den Raad van IndiŽ of den Directeur der cultures naar Demak te zenden, en hem uit 's lands dienst te ontslaan, indien het bleek dat zijne mondelinge en schriftelijke rapporten niet overeenkomstig de waarheid werden bevonden - bleven die van een roepende in de woestijn. Hij vond geen gehoor. Men hield hem nu eenmaal voor een vrijheidskraaier, een liberaal - ja voor iemand die verdacht werd van in correspondentie te staan met van HoŽvell en Sloot tot Oldhuis.
Nog duizendtallen van Javanen stierven den hongerdood , alvorens, bij de lakende besluiten van Mei en Augustus 1850 , de regent van Demak en de resident van Samarang ontslagen werden, en door het energiek optreden van den nu overleden pangťran van Demak en van den resident Potter een keerpunt kwam in de volksrampen van Demak en Grobogan.
Nu elk rapport van den nieuwen resident van Samarang de logenstraffing van die van zijnen voorganger behelsde, en de waarheid bevestigde van de ernstige vertoogen en waarschuwingen van den Inspecteur der 2e afdeeling, zou men onderstellen dat diens diensten zouden gewaardeerd , en daarvan een ijverig gebruik zou gemaakt zijn.
Het tegendeel was waar. Al kon men de onverbiddelijke feiten niet meer loochenen , al trachtte men herstel aan te brengen waar men kon, - alsof het geweten de Indische Regeering en de Directie der cultures beschuldigde , niet vroeger naar de waarschuwende stem geluisterd te hebben. - men liet den Inspecteur werkeloos gedurende ruim 18 maanden te Samarang, zonder hem ťťne enkele commissie op te dragen, en met herinnering der bepaling dat hij, zonder aanschrijving van hooger hand, het initiatief tot inspecties niet mocht nemen.
Er was zelfs nog sprake van ontheffing uit zijne betrekking of ontslag uit 's lands dienst, maar waarschijnlijk deinsde men voor de gevolgen daarvan terug bij de ontwakende publieke opinie, - en met het oog op de liberale koloniale partij, die zich in het Nederlandsch Parlement, voorgelicht en aangevoerd door van HoŽvell, begon te laten gelden.
Toen in Mei 1852 de nieuwe Gouverneur-Generaal het bewind aanvaardde, en de heer van Nes - die van der Poel als controleur en assistent-resident van nabij gekend had - als Vice-president van den Raad van N.-IndiŽ was opgetreden, werd van der Poel tot het werkzame leven teruggeroepen. Reeds dadelijk werd hij met den heer van Nes en den Directeur der cultures in commissie gesteld voor de herziening van het landelijk stelsel, waarvan het gevolg was de nota, Bijlage D. van het werk van v. Deventer. - Zonder de ziekte en het vertrek naar Europa van den Vice-president, had waarschijnlijk die commissie meer praktische gevolgen opgeleverd.
Intusschen hadden de bekende moeilijkheden in het bestuur der Residentie Bezoeki, waarbij toen nog de geheele Residentie Probolinggo behoorde, in het begin van 1852 het ontslag van den toenmaligen Resident ten gevolge, en van der Poel werd tot zijn opvolger benoemd.
Nadat in 1855 de afscheiding van Probolinggo met verheffing tot zelfstandige Residentie haar beslag had bekomen, nam van der Poel om redenen van gezondheid en met het doel om zijne kinderen ter school te brengen, een tweejarig verlof naar Europa.
Na een afzijn van bijna een halve eeuw, zag hij het vaderland onder geheel andere omstandigheden terug; hij kon zich noch met het klimaat, noch met de zeden en gewoonten verzoenen, en na weinige maanden keerde hij per overlandmail naar Java terug, nadat hij, op voordracht van den Minister Mijer, - aan wien hij een afschrift zijner bekende stukken over het landelijk stelsel aanbood, - tot Ridder van den Nederlandschen Leeuw benoemd was. Daar de betrekking juist weer open was, werd hij herbenoemd tot Resident van Bezoeki - en nu omstreeks 4 jaren geleden werd hem het bestuur der belangrijke Residentie Pasoeroean opgedragen , welke betrekking hij nog bekleedde, toen hij den 6den November jl. te Batavia overleed, waar hij heen gereisd was om persoonlijk afscheid te nemen van den vertrekkenden Gouv.-Generaal Sloet van de Becle.
Van der Poel werd met de Residenten van Cheribon en Soerabaja door den Gouv.-Generaal Sloet aangewezen, om advies uit te brengen over de zoogenaamde cultuurwet van den Minister Fransen van de Putte, in welke adviezen voorzeker vele bewijzen zullen voorkomen van zijne veelzijdige kennis van IndiŽ. In het Voorloopig Verslag over het IXde hoofdstuk der Staatsbegrooting voor 1867 wordt de wensch geuit, dat de Regeering den arbeid van den heer van Deventer zal aanvullen en voortzetten. Wordt aan dien wensen voldaan, dan hopen wij dat onder die "nieuwe bijdragen" niet zullen ontbreken de rapporten van den Inspecteur der cultures van de 2e afdeeling van 1848-1851 over den toestand van Midden-Java en de zooŽven genoemde adviezen over de cultuurwet van 1865.
Die stukken zouden een bewijs te meer leveren dat het Nieuw Bataviaasch Handelsblad niet te veel zeide, toen het verklaarde: "dat de vrijzinnige richting door het afsterven van van der Poel een harer sieraden verloren heeft.""
.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1858 Besoeki, Ned.-IndiŽ Ü1877 Pasoeroean, Ned.-IndiŽ 18
Helena*1860 Besoeki, Ned.-IndiŽ Ü1926 Scheveningen 66
Albertus*1861 Pasoeroean, Ned.-IndiŽ Ü1923 Probolinggo, Ned.-IndiŽ 6112 


Jan Esser
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Jan Esser.

relatie
met

Clasina Bisschoff.

Uit deze relatie 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Helena*1814 Pasoeroean, Ned.-IndiŽ Ü1853 Pasoeroean, Ned.-IndiŽ 3810 
Catharina*1819 Pasoeroean, Ned.-IndiŽ Ü1900 Tegal, Ned.-IndiŽ 81


Clasina Bisschoff
in
Genealogie van Adriaen van der Poel.

Clasina Bisschoff.

relatie
met

Jan Esser.

Uit deze relatie 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Helena*1814 Pasoeroean, Ned.-IndiŽ Ü1853 Pasoeroean, Ned.-IndiŽ 3810 
Catharina*1819 Pasoeroean, Ned.-IndiŽ Ü1900 Tegal, Ned.-IndiŽ 81

')}